Visboer

Where the shit hits the ventilator

De helaasheid der dingen

De titel van dit stuk verwijst eigenlijk naar een foute film van Belgische Makelij, echter in dit geval leen ik hem maar even omdat het zo goed omschrijft hoe enorm fout dingen soms kunnen lopen.

Onlangs vulde ik ivm het feit dat ik graag mijn motorrijbewijs wil halen een zgn ‘Eigen Verklaring’ in voor het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Dit noodzakelijk kwaad dient te geschieden om aan te geven of je gezondheidstoestand dusdanig is dat je medisch gezien in staat wordt bevonden om een motorvoertuig te besturen.
11 vragen die allemaal met ‘Nee’ dienen te worden beantwoord, vul je één keer ‘Ja’ in, dan ben je de klos en gaan het CBR beoordelen of je geschikt bent.
In mijn geval moest ik toch eerlijkheidshalve invullen dat het niet helemaal snor zit met het vasculair stelsel, oftewel ‘één keer Ja is Nee!’

Zeven jaar geleden, laten we zeggen – toen alle ellende begon – heb ik zo’n zelfde procedure doorlopen, waarbij zonder verdere tussenkomst van een keuringsarts het verdict werd gesteld.
Ondertussen stuur ik alweer zeven jaar vrolijk auto’s en scooters door het verkeer, zonder verdere problemen.

Vorige week vielen er twee brieven van het CBR met allebei dezelfde strekking op de deurmat.
‘U moet gekeurd worden door een keuringsarts en een ARBOarts’.
De keuringsarts komt bij elk nieuw rijbewijs in beeld, uitgezonderd het moment waarop ik zeven jaar geleden lichamelijk gezien een wrak was. Toen kon het zonder keuring.
De arboarts komt in beeld omdat ik mijn vrachtwagen rijbewijs weer terug wil, dat rijbewijs is mij destijds ontzegd ivm de medische situatie, dat ik het rijbewijs niet beroepsmatig nodig heb maar gewoon privé blijkt niet ter zake te doen. Vrachtwagenrijbewijs=arbokeuring.

Hoe hard ik ook mijn best doe om het allemaal te snappen, het lukt mij niet.
Wat mij wel duidelijk is, is dat deze ‘noodzakelijkheden’ die men mij bij het CBR niet uit kan leggen (regels zijn regels) mij als lijdend voorwerp wel €180 aan keuringskosten opleveren.

Eén ding is duidelijk, mocht ik ooit in het bezit komen van het motorrijbewijs, dan zal ik een motor moeten jatten om nog de straat op te komen, wat dat betreft doet het er niet toe of ik goedgekeurd of afgekeurd wordt;)

Veel geschreeuw, weinig wol.

20120214-142400.jpg

Gisteren ontstond er op Schiphol grote beroering omdat een gestoorde Rus liep te pochen dat hij een bom bij zich had. De omstanders namen het – zoals wij in Nederland met elke halve zool doen – bloedserieus en sloegen alarm. Het geschreeuw sloeg in als een bom en een nieuw fenomeen was geboren. De Bom-Bruller.

Nederland heeft ondertussen een hele geschiedenis van geschreeuw opgebouwd.
Lang geleden hadden we de charmante socioloog Pim Fortuyn, die ons land op een schijnbaar beschaafde manier in beroering bracht met gedurfde inzichten en dito uitspraken. Het aantal decibel viel nog mee, maar het effect was er niet minder om.

Na de brute moord op de LPF leider ontstond een vacuüm dat nog niet zomaar gevuld was. De vacature voor de functie ‘Nationale Schreeuwlelijk’ bleef nog even vacant, totdat Geert Wilders in 2004 de VVD verliet en als éénmansfractie de interruptiemicrofoon van de Tweede Kamer confiskeerde. Sindsdien wordt er niet aflatend furieuze razernij de ether in geslingerd. ‘Mijnheer’ Wilders poneert een ongenuanceerde stelling, de volksvertegenwoordiging hapt toe, Ferdi Mingele ‘Het Geweten des Vaderlands’ piest er nog even overheen en vervolgens wordt het laatste woord gegeven aan Maurice de Hond die nog even mag pollen hoe groot het effect is. De uitwerking lijkt nihil. In de wachtkamer bij de kapper heeft al niemand het er meer over, want het hoort er gewoon bij, zoals regen bij het Nederlandse klimaat hoort.

Op 4 mei 2010 was het tijd voor iets nieuws.
Gennaro P. – beter bekend als ‘de Damschreeuwer’ – verstoorde op grove wijze de Nationale Dodenherdenking bij Het monument op De Dam. Een ijzingwekkende schreeuw veroorzaakte een in paniek wegstuivende menigte. Grote verwarring en diverse gewonden vielen te betreuren. De dader draaide de cel in, maar is ondertussen weer op vrije voet en koketteert met zijn dubieuze verleden.

En dan nu de Bom-Bruller op Schiphol. Of is er een passender naam?
Één minuut oproer kraaien om daarmee een hele dag ‘s-lands belangrijkste luchthaven plat te leggen. Schiphol zal deze financiële strop wel zelf weg moeten slikken. Daarna wordt ook de Nederlandse staat natuurlijk nog eens op kosten gejaagd in verband met de rechtsgang, rechtsbijstand en daarop volgend maanden van detentie.

De vraag dringt zich op; hoe gaat onze Nationale Schreeuwlelijk om met zoveel concurrentie. Op de dag dat hij en zijn partij officieel het Oostblokmeldpunt PVV lanceerden dient er zich een oost Europese concurrent aan die het hele Nederlandse luchtverkeer ontregelt. Als ik niet beter wist zou ik haast gaan geloven dat PVV deze Russische malloot heeft ingehuurd om de noodzaak van hun meldpunt te bevestigen.

Punica Oase

Heb je liever een Sissi gletsjer dan een Punica oase in je tuin? Wees er dan snel bij, want Op=Op!

Hoewel de flessen duidelijk aangeven dat er ‘light’ is gebotteld, doet de explosiviteit van het goedje mij ernstig twijfelen. Als dit de light-versie is, dan waag ik mij niet aan de real-deal! No way!

Nadat er deze week 2 flessen Sinas als gevolg van de kou geëxplodeerd zijn heb ik de rest afgedekt met een jas – hoog weggezet – om verdere defragmentatie te voorkomen.
Zonder enig succes, want vanochtend was er weer een ‘instabiel’ exemplaar uit elkaar geknald.

Heet je Johnny Knoxville, hou je van Sinas-SPLIT en ben je niet snel bang voor een ijsscherf in je voorhoofd; het staat voor je klaar.

20120209-160851.jpg

Breaking news uit diepvriesland

Terwijl heel Nederland in de ban is van ‘de tocht der tochten’ worden wij in huize van Vuuren met onze beide beentjes op de grond gehouden door andere variaties op het begrip ‘slecht ijs’.
Het begon allemaal met een stukgevroren watermeter en een kapot gebarsten leiding.
Vervolgens werden we getrakteerd op een dichtgevroren afvoer voor de wasmachine.
Maar wat er nu weer gebeurt is, het begint echt hilarisch te worden. In onze garage heeft zich namelijk een onovertroffen Sinas explosie voorgedaan.

Vanochtend liep ik in alle vroegte de garage in om de schaatsen van Gijs te pakken, zie ik daar een enorme ijsravage liggen. Eerst vroeg ik mij verbaasd af hoe het mogelijk was dat er achter gesloten deuren een gletsjer kon ontstaan. Gesprongen waterleidingen onder invloed van een verdwaald Russich hogedrukgebied begrijp ik nog wel, maar Scandinavisch kruipijs tot onze garage aan de Schubertlaan in Apeldoorn dat gaat zelfs mijn verbeeldingsvermogen voorbij.

Was er een smakeloze grap uitgehaald door een ‘vriend’ of was mijn dakconstructie toch minder solide dan ik verondersteld had? Niets van dat al! Het is gewoon weer eens mijn domme eigen schuld. Wie laat er nu twintig liter Sinas bij min 15 graden in de onverwarmde garage staan? Ik natuurlijk! Gelukkig waren er ‘maar’ twee flessen met twee liter Sinas geëxplodeerd.

Vandaag hoefde ik mijzelf opnieuw niet in de sleur van de dagelijkse huishoudelijke geneugten te stortten, want de garage schreeuwde om een schoonmaakbeurt. Alles zat onder de het gele goedje.

Met de behoedzaamheid van een bomexpert van de EOD heb ik de niet ontplofte ‘instabiele’ voorraad Sinas veilig gesteld, om vervolgens de hele garage scherfvrij te maken voor de dooi intreedt. Daarna mocht de dweil eraan te pas komen om de vloer van alle plakkerigheid te ontdoen. Maar wat voor rund gaat er nou bij min 5 de ijskoude garagevloer dweilen?
Had ik zaterdag al een mini-schaatsbaan in de kelderkast, vandaag overtrof ik spontaan al mijn ambities als ijsmeester door de garage om te toveren tot een dependance van Thialf. Ik blijf lachen; strooizout erbij en dat probleem is ook zo opgelost.

U heeft het al wel begrepen. Ik loop maar zo in zeven sloten tegelijk en als ik het probeer op te lossen begeef ik mij op glad ijs. Dus als afsluiting nog maar een advies aan de Rayonshoofden van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elfsteden; het is het beste schaatsen als er ijs ligt, dus laat het winterweer z’n werk doen en bel mij als het mis gaat, dan hoef je niet te klunen.

Weeralarm

Het begon vanochtend allemaal met een kreet van onze jongste zoon Kees: ‘papa, mama, er komt geen water uit de kraan!’ Hoe laat het vannacht ook was, en ondanks het flesje Straffe Hendrik en het flesje Rochefort10, en ook al was het nog maar 8 uur sochtends, ik wist meteen ‘hoe laat het was’. Bevroren waterleiding!

In zo’n geval mag papa natuurlijk zijn kunsten vertonen.
De oorzaak was snel duidelijk. Kelderraampje open laten staan en on-geïsoleerd leidingwerk. Snel maar een petroleumkacheltje in de kelder gezet om de boel te ontdooien. Ondertussen is er dan mooi tijd om even met de hond uit te gaan. Handschoenen hoefde ik niet aan want ik moest natuurlijk duimen draaien dat er niets kapot gevroren zou zijn.

Heerlijk wandelend en keuvelend met een ‘kennis van de shitstreet’ liep ik te genieten van de mooie winterochtend, hangt plotseling vrouwlief in paniek aan de telefoon ‘het water spuit me aan alle kanten om de oren, hoe moet ik het uit zetten?’ Paniek alom, maar zie het van de zonnige kant, in ieder geval heeft er iemand bij ons thuis gedoucht. Snel naar huis dan maar.

Thuis gekomen. Vrouw getroost. Schade opgenomen. Buurman (installateur) erbij gehaald. En ten lange leste ook maar Vitens gebeld in verband met een stuk gevroren watermeter.

Bij Vitens kun je 24 uur per dag terecht met je storingsmelding. Echter als je verwacht ook geholpen te worden door de storingsdienst dan moet ik je telleurstellen. Althans, deze dagen is het een drama. Verkeerde u nog in de veronderstelling dat het alleen de NS is die bij elk niet gemiddeld weertype direct in de problemen komt. Not! Er zijn meer geprivatiseerde wan-presteerders op de markt! Toen ik Vitens belde was het een vriendelijke (opgenomen) vrouwenstem die mij liet weten:

‘in verband met veel meldingen … bla bla … problemen .. bla bla … waterleveringen … bla bla … Niet inde gelegenheid u te woord te staan. Probeer het later nog eens. We verbreken nu de verbinding. Tuut tuut tuut’.

Via diverse privécontacten kwam ik na een beetje rondvragen aan het telefoonnummer van een storingsmonteur van Vitens, welke mij via een omleiding aan wist te melden voor reparatie. Het feit wil dat de helpdesk op dit moment met negen, in plaats van de normale tweekoppige bezetting, de crisis probeert te verhelpen.

Naar verluid zijn er in Nederland honderden gezinnen die op dit moment zitten te wachten op een monteur die een nieuwe watermeter komt plaatsen – a raison de €220. Dat is duur leergeld voor de onvoorbereide huizenbezitter.

En Vitens? Bij Vitens geven ze voortaan – net als bij de ANWB, het KNMI, de NS en de Nederlandse Vereniging voor Pierenstekers op het Wad – een weeralarm af.

Koudwatervrees

Het vriest niet zo vaak in ons bijna tropische kikkerlandje. Als het dan toch eens gebeurt en er zich een korst op de sloot vormt, dan blijkt dit een enorme uitdaging op te roepen bij ons Staffordje Mex.
Na lang twijfelen en heen en weer draaien durft hij toch te komen. Zolang hij opkijkt naar de baas gaat het wel, maar zodra hij z’n blik neerslaat en het ijs en de oever ziet, weet hij niet hoe snel hij naar de kant moet vluchten.

Het principe dat je de ogen niet op jezelf gericht noet houden maar op de Baas geldt overigens niet alleen voor honden.

20120202-110828.jpg

20120202-110844.jpg

Herman

Afgelopen zaterdag kwam een vriendje van onze oudste zoon plotseling Herman brengen.
Herman staat voor ‘vriendschap’ dus je kunt hem eigenlijk niet weigeren. En dat is nog niet alles, als Herman komt dan blijft hij ook gelijk tien dagen.

Gelukkig is Herman nogal een luchtig type, dat niet al te veel aandacht nodig heeft.
Af en toe een keer roeren, en om de zoveel dagen flink voeren. Meer dan dat en een klein plekje in de keuken is er eigenlijk niet nodig. Zelfs als je geen logeerbed over hebt kan je Herman huisvesten. Herman voelt zich eigenlijk gewoon het fijnst in een glazen pot of plastic schaal afgedekt met een theedoek!

Herman is grappig, Herman is lekker, Herman is – een vriendschapscake.

Ik herinner mij dat Herman toen ik nog een kleine jongen was ook al bij ons thuis kwam.
Niet alles was hetzelfde. Als Herman vroeger honger kreeg, gaf je hem eenvoudige ingrediënten. De meest luxe maaltijd die je hem voorschotelde bestond uit krenten, rozijnen en sucade, terwijl hij zich tegenwoordig ook regelmatig laat fêteren met luxueuze toevoegingen zoals chocolade en noten. Herman is met z’n tijd meegegaan.
Toch blijft hij immer dezelfde. Herman is Herman. Herman is eenvoudig, luchtig, hongerig, zoet, vriendschap, en ja – hij groeit!

Vriendschap vermenigvuldigd zich door te haar te delen, zo ook Herman.
Na tien dagen roeren en voeren is Herman zo groot geworden dat je hem kunt splitsen.
Eén deel om te bakken en op te eten. Vier delen om door te geven aan vrienden.

Het mag een klein wonder heten dat er in de loop van decennia zoveel is veranderd, maar dat de naam en het karakter van deze vriendelijke cake gelijk zijn gebleven.

Moraal van het verhaal: ga mee met je tijd, pas je aan de omstandigheden aan, maar blijf wie je bent en wordt nooit een gebakje!

Braaftaal

2 Tessalonicensen 3:18

‘De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.’

Laat mij maar meteen met de deur in huis vallen; ik heb een afkeer van vrome praatjes.
God heeft ons met de Bijbel een prachtig boek gegeven dat bol staat van de geestelijke lessen, en ik ben dol op dat boek. Dat is dus niet wat ik bedoel.
Nee, ik doel meer op de manier waarop christenen elkaar aanspreken en begroeten.
Daarin kan zich heel wat (valse?) vroomheid openbaren.

Misschien herkent u het wel. Je komt een broeder of zuster tegen en maakt een praatje.
Je praat over wat er aan de orde van de dag is. Je vertelt over een plan dat je hebt, waarop je gesprekspartner plotseling -schijnbaar uit het niets- ‘als God het wil!’ (het aloude Deo Volente) over je uitspreekt. Als even later blijkt dat er in je leven moeilijkheden zijn heb je geluk, want spontaan wordt dan ook het roemruchte ‘ik zal voor je bidden!’ eruit gebonjourd.
Niet meteen ter plekke natuurlijk, maar op een onbepaald moment ‘als God het wil’ en als betrokkene eraan denkt. Wanneer even later het moment aangebroken is waarop de wegen zich weer gaan scheiden volgt onvermijdelijk de groet ‘Gods Zegen!’

Ik schaam mij bijna dat ik het schrijf, want er zitten natuurlijk genoeg momenten van oprechte betrokkenheid bij. En ook openbaart zich het besef dat ik mij blootstel aan het gevaar te worden getroffen door het volgende religieuze cliché, want er zullen zeker mensen zijn die dit lezen en vervolgens besluiten mij terecht te wijzen met het beruchte ‘gij zult niet oordelen!’

Al het voornoemde christelijke jargon is waarheid, het stoelt op bijbelse grond!
Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van een zekere mate van begripsinflatie. Misschien beseft niet iedereen de werkelijke kracht van de genoemde woorden, of gaan we te gemakkelijk aan de werkelijke betekenis ervan voorbij.

Hoe dan ook. Dit gelezen hebbende zult u beseffen dat ik het nodig heb dat u mij de -volgende keer dat wij elkaar treffen- groet met de woorden waarmee ik u vandaag groet en deze blog afsluit.

‘De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.’

Kadootje

1Tessalonicenzen 5:23-24

‘De God van de vrede, moge Hij u heiligen, geheel en al; moge u volkomen, naar geest, ziel en lichaam, ongerept bewaard blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus. Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden.’

Aan het eind van de eerste brief aan de gemeente in Tessalonici geeft Paulus nog een rijtje vermaningen en leefregels mee. Ik was druk bezig deze vermaningen te overdenken, toen ik aankwam bij één van mijn stokpaardjes. Het is mij vaak tot irritatie dat wij ons tegenwoordig zo moeilijk laten corrigeren. Bij elke vermaning, van welke autoriteit dan ook, komt er een soort weerspannigheid boven. We hebben toch zeker zelf ook een mening, en we weten echt zelf wel wat goed voor ons is. Wat dat betreft zijn we net kinderen, mijzelf incluis!
Bij mij is er dan meteen de neiging om met het vingertje de lucht in te gaan. Natuurlijk roept dit op zijn beurt bij mensen dezelfde weerstand op, waarmee je voordat je het weet een soort zichzelf versterkend proces start. De weerspannige wordt nog dwarser, uitmondend in een vernietigende anarchie.

Maar dan; opeens valt mijn oog op één van de laatste verzen van het hoofdstuk, waarin de briefschrijver de gemeente dank zegt en de groet.

‘De God van de vrede, moge Hij u heiligen, geheel en al; moge u volkomen, naar geest, ziel en lichaam, ongerept bewaard blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus. Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden.’

Het is onze taak om elkaar te vermanen, maar het is Gods werk om ons te heiligen!
Wij mogen elkaar aanspreken op elkaars levenswandel, maar het is God die het dwars door al onze weerstanden in ons bewerken zal. Wat een bevrijdende gedachte dat wij het niet in elkaar hoeven te bewerken met het vingertje in de lucht, maar dat ‘Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden.’ Is dat geen kadootje?

Troost

1 Tessalonicenzen 4:13 -18

Broeders en zusters, wij willen u niet in onwetendheid laten over hen die ontslapen zijn, zodat u niet bedroefd bent zoals de andere mensen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en weer opgestaan, dan zal God hen die in Jezus zijn ontslapen samen met Hem meevoeren. En dit kunnen wij u meedelen volgens een woord van de Heer: wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, wij zullen hen die ontslapen zijn in geen geval voorgaan. Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel en de trompet van God weerklinken, dan zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden opstaan die in Christus zijn; daarna zullen wij die nog in leven zijn, tegelijk met hen in een oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet. En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer. Troost elkaar dus met deze woorden.

Een aantal dagen geleden ben ik begonnen te lezen in de eerste brief van Paulus aan de Christenen in Tessalonici. Het begint allemaal natuurlijk met de gebruikelijke begroeting gevolgd door een korte lofrede op de gelovigen van de plaatselijke gemeente. Hierna lezen we een stuk prediking van Paulus, verhaalt Paulus over het bezoek van Timoteüs aan Tessalonici en plotseling, schijnbaar (!) uit het niets een vertroostende tekst, de tekst hierboven.
Paulus beschrijft dat God terug komt en hoe Hij terug komt om de mensen die in Christus zijn (lees: ieder die Jezus als zijn persoonlijk Heer en Heiland aangenomen heeft) zowel de gestorvenen als de levenden op te halen.
Helaas lijkt de discussie onder Christenen meestal vooral te draaien om het moment waarop de opname – zoals dat dan genoemd wordt – plaats zal vinden. ‘Zal Jezus terug komen voor, tijdens of na de grote verdrukking?’ is dan vooral de vraag waarmee wij ons bezig gaan houden.
Paulus hoor je er niet over. Hij benoemt ‘de Opname’ in een context van troost en zo moeten christenen er ook naar kijken volgens mij. Dit prachtige vooruitzicht herinnert ons eraan dat ‘het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden’ (Romeinen 8:28)
Als je je dan toch ergens druk over wilt maken, laat het dan over de vraag zijn of Hij ook voor jou komt, of dat je daarvoor eerst je leven nog aan Hem moet geven.
Want Jezus Christus, de zoon van God, wil ook jouw tranen van je ogen wissen. Hij wil jou Vertrooster zijn! Om dat te ontvangen vraagt Hij jou één ding ‘mag ik de Heer van jou leven zijn?’

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 59 other followers